Bevolking onder de armoededrempel

  • 10% van bevolking loopt risico op armoede

    Iets minder dan 1 op de 10 inwoners van het Vlaamse Gewest leefde in 2019 in een huishouden met een huishoudinkomen onder de Belgische armoededrempel.

    Dat komt overeen met ongeveer 640.000 personen. Er wordt vanuit gegaan dat huishoudens met een inkomen onder de armoededrempel een risico op armoede lopen.

    De EU-SILC-enquête waarop deze cijfers gebaseerd zijn, werd recent ingrijpend vernieuwd. Daardoor is voorzichtigheid geboden bij het maken van vergelijkingen met de resultaten van voorgaande jaren. Wel kan gesteld worden dat het aandeel personen onder de armoededrempel de afgelopen jaren vrij stabiel bleef en sinds 2004 steeds schommelt tussen 10% en 11% van de bevolking.

  • Hoogste armoederisico bij werklozen, eenoudergezinnen en personen geboren buiten EU

    Naar geslacht en leeftijd blijven de verschillen in armoederisico vrij beperkt. Het armoederisico lag in 2019 wel iets hoger bij ouderen en kinderen dan bij de andere leeftijdsgroepen.

    Opgedeeld naar huishoudtype lag het armoederisico in 2019 het hoogst bij personen in eenoudergezinnen (26%). Ook bij eenpersoonshuishoudens (14%) en grote gezinnen (14%) lag het armoederisico iets hoger dan gemiddeld.

    Naar activiteitenstatus is het hoogste armoederisico te vinden bij werklozen (37%) en niet-actieven (zonder gepensioneerden) (19%). Het armoederisico lag in 2019 ook veel hoger bij huurders (22%) dan bij eigenaars (6%).

    Het armoederisico neemt af naarmate het opleidingsniveau stijgt: bij hooggeschoolden ging het in 2019 om 4%, bij laaggeschoolden om 19%.

    Ten slotte varieert het armoederisico ook naar geboorteland. Personen geboren in België kennen het laatste armoederisico (7%), personen geboren buiten de EU het hoogste armoederisico (30%).

  • Armoederisico hoogst in provincie Antwerpen, laagst in Vlaams-Brabant

    Het aandeel personen onder de armoededrempel lag in 2019 in de provincie Antwerpen (12%) iets hoger dan het Vlaamse gemiddelde (10%). In Vlaams-Brabant lag het aandeel iets lager (7%). In de andere provincies is er weinig of geen verschil met het Vlaamse gemiddelde.

  • Armoederisico in Vlaams Gewest lager dan in andere gewesten en EU-gemiddelde

    Het armoederisico lag in 2019 in het Vlaamse Gewest (10%) lager dan in de andere Belgische gewesten. In het Waalse Gewest ging het om 18% van de bevolking, in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest om 31%. In België lag het armoederisico op 15%.

    Het aandeel personen onder de armoededrempel lag in 2019 in de 28 landen van de Europese Unie (EU28) op 17% van de bevolking. In Tsjechië lag het armoederisico het laagst (10%). Ook in Slovakije, Slovenië en Hongarije lag het aandeel onder de armoededrempel op een gelijkaardig niveau als in de West- en Noord-Europese landen, terwijl de levensstandaard in die eerste groep landen toch lager ligt. Dat hangt samen met het feit dat het hier gaat om een relatieve armoedemaat, berekend op basis van de inkomensverdeling in elk land afzonderlijk.

Bronnen

Statbel: EU-SILC-survey

Eurostat: Database

Definities

Armoededrempel: de armoededrempel is gelijk aan 60% van het nationaal mediaan beschikbaar huishoudinkomen na sociale transfers (sociale zekerheids- en bijstandsuitkeringen). Deze armoededrempel wordt aangepast aan de samenstelling en grootte van het huishouden. Voor een alleenstaande lag de Belgische armoededrempel in 2019 op 1.230 euro per maand, voor een gezin met 2 volwassenen en 2 kinderen op 2.584 euro per maand.

Huishoudinkomen: het beschikbaar huishoudinkomen omvat alle inkomsten van de huishoudleden uit economische activiteit, uit vermogen, uit eigendom en uit sociale transfers (sociale zekerheids- en bijstandsuitkeringen).

Publicatiedatum

20 oktober 2020

Volgende update

oktober 2021

Meer cijfers

Contact

Vorige versies