Geconsolideerde schuld

  • Geconsolideerde schuld Vlaamse overheid ruim 24 miljard euro

    In 2019 bedroeg de bijdrage van de Vlaamse overheid aan de totale geconsolideerde schuld van de Belgische staat bijna 18,6 miljard euro, gemeten volgens de definities van het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR). De berekening van de geconsolideerde schuld volgens het INR-concept wordt gebruikt voor de weergave van de evolutie op langere termijn en voor interregionale en Europese vergelijkingen.

    De INR-schuld daalde van 13,5 miljard euro in 1996 tot ruim 6,7 miljard euro in 2007, maar steeg als gevolg van de ESR-2010 regels (die retroactief werden toegepast) en de 6de staatshervorming tot 14,6 miljard euro in 2009 en tot bijna 18,6 miljard euro in 2019.  

    Het departement Financiën en Begroting van de Vlaamse overheid (FB-VO) gebruikt voor het eigen schuldbeheer sedert 2014 een ruimer FB-VO-concept, met een aantal correcties ten aanzien van het INR-concept. Volgens dat ruimere concept bedroeg de bijdrage tot de geconsolideerde bruto schuld van de Vlaamse overheid in 2019 ruim 24 miljard euro.

    De schuld volgens het FB-VO-concept nam in 2016 sterk toe omdat de schuld met betrekking tot de financiering van de ziekenhuisinfrastructuur (bijna 5 miljard euro) vanaf 2016 overkwam van de federale overheid naar de deelentiteiten als gevolg van de 6de staatshervorming. In 2017 daalde de schuld licht, maar in 2018 steeg ze weer. In 2019 bleef de schuld stabiel tegenover 2018.

  • Bijdrage Vlaamse overheden aan totale Belgische schuld stijgt licht

    In 2019 bedroeg de bijdrage van de Vlaamse overheid aan de totale geconsolideerde bruto schuld van alle Belgische overheden (volgens het INR-concept) bijna 18,6 miljard euro. De schuld van de Waalse overheden (Franse Gemeenschap en Waals Gewest) lag op ruim 31 miljard euro, de schuld van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest op 5,5 miljard euro en de schuld van de overige regionale en interregionale overheidsinstanties bedroeg bijna 5,8 miljard euro.  

    Tussen 1995 en 2019 steeg de bijdrage van de Vlaamse overheid aan de totale Belgische schuld met 47%. Na een bijna continue daling tussen 2003 en 2007 volgde een sterke stijging in 2009 en een verdere stijging tot 18,7 miljard euro in 2016. In 2017 daalde de bijdrage van de Vlaamse overheid aan de totale Belgische schuld weer, maar in 2018 en 2019 steeg ze opnieuw licht.  

    De bijdrage van de Waalse overheden steeg met 202% in de periode 1995-2019. De bijdrage van de interregionale overheidsinstanties nam in 2016 zeer sterk toe als gevolg van de schuld van de ziekenhuisinfrastructuur. Omdat de verdeling van die schuld over de verschillende deelentiteiten nog niet bekend is, rapporteert het INR deze bij de interregionale eenheden.

  • Schuld Vlaamse gemeentebesturen bedraagt bijna 6,7 miljard euro

    In 2019 hadden de Vlaamse gemeentebesturen samen een geconsolideerde schuld van bijna 6,7 miljard euro.  

    Tussen 2003 en 2019 daalde de schuld met 14%. De schuld bedroeg bijna 7,7 miljardeuro in 2003 en bleef vrij stabiel tot in 2007. In 2008 volgde een daling tot 7,1 miljard euro, maar daarna steeg de schuld tot 8 miljard euro in 2013. Vanaf 2014 daalde de schuld opnieuw tot in 2018, gevolgd door een lichte stijging in 2019.

  • Grote verschillen tussen de andere lokale besturen

    Er zijn grote verschillen in de omvang en evolutie van de schuld van de andere lokale besturen in vergelijking met de gemeentebesturen.  

    De schuld van de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW) was in 2019 met bijna 1,7 miljard euro het grootst. Tussen 2014 en 2019 daalde hun schuld met 564 miljoen euro (-25%).  

    De autonome gemeentebedrijven (AGB) hadden in 2019 een schuld van 1,4 miljard euro. Sedert 2014 steeg hun schuld met 672 miljoen euro (+92%). 

    De OCMW-verenigingen hadden in 2019 een schuld van 682 miljoen euro, tegenover 624 miljoen euro in 2018. Tussen 2014 en 2019 steeg de schuld met 638 miljoen euro (+1.442%). Hier speelt de impact van de gefaseerde instap in de beleids- en beheercyclus (BBC), waardoor sommige OCMW-verenigingen pas vanaf 2015 cijfers rapporteerden. Ook de toename van het aantal verenigingen in de afgelopen jaren speelt een rol. 

    De schuld van de provinciebesturen daalde van 598 miljoen euro in 2014 tot 387 miljoen euro in 2019 (-35%). 

    De autonome provinciebedrijven (APB) hadden in 2019 een schuld van 22 miljoen euro, tegenover 10 miljoen euro in 2016. In 2015 bedroeg de schuld uitzonderlijk 93 miljoen euro. 

  • 10 Vlaamse gemeentebesturen zonder schulden

    De geconsolideerde schuld van de gemeentebesturen per inwoner varieert sterk tussen de gemeenten onderling.  

    In 81 gemeenten (waaronder centrumstad Turnhout) lag de schuld in 2019 lager dan 500 euro per inwoner. 10 gemeenten hadden geen schulden: As, Baarle-Hertog, Dentergem, Drogenbos, Hamont-Achel, Herstappe, Horebeke, Kasterlee, Ravels en Vorselaar. In 20 gemeenten bedroeg de schuld 1 tot 200 euro per inwoner en in 51 gemeenten 201 tot 500 euro. 

    In 107 gemeenten (waaronder centrumsteden Antwerpen en Brugge) lag de schuld in 2019 tussen 500 en 1.000 euro per inwoner, in 70 gemeenten (waaronder centrumsteden Leuven, Aalst en Sint-Niklaas) tussen 1.000 en 1.500 euro en in 26 gemeenten (waaronder centrumsteden Hasselt, Roeselare, Genk en Oostende) tussen 1.500 en 2.000 euro.  

    De schuld bedroeg meer dan 2.000 euro per inwoner in 16 gemeenten (waaronder centrumsteden Kortrijk, Gent en Mechelen). De schuld lag hoger dan 3.000 euro per inwoner in Wielsbeke (3.103 euro), Mechelen (3.469 euro) en Koksijde (3.691 euro). 

Bronnen

Gegevens Vlaamse overheid: 

Gegevens lokale overheden:

Definities

Geconsolideerde schuld: de som van de financiële schulden (en in uitzonderlijke gevallen ook de overige schulden) van alle entiteiten die tot de consolidatiekring van de Vlaamse overheid behoren. De consolidatiekring geeft aan welke groep van instellingen men meeneemt in de berekening van de geconsolideerde begroting, schuld en jaarrekening. Er worden 2 concepten voor geconsolideerde schuld gehanteerd: het concept-INR en het concept-FB-VO. 

Concept-INR: concept van het Instituut voor Nationale Rekeningen (INR) (bijdrage tot de geconsolideerde bruto schuld ‘Maastricht’) dat wordt gebruikt voor de weergave van de evolutie tijdens de periode 2004-2017 en voor interregionale en Europese vergelijkingen. De bijdrage tot de geconsolideerde bruto schuld is gelijk aan de geconsolideerde bruto schuld minus de door de deelgebieden aangehouden consolideerbare activa.

Concept-FB-VO: ruimer concept van het departement Financiën en Begroting van de Vlaamse Overheid (FB-VO), waarbij enkele correcties worden uitgevoerd op de INR-schuld. De belangrijkste correctie is de opname van de schuld met betrekking tot de financiering van de ziekenhuisinfrastructuur die sedert 2016 ten laste is van de Vlaamse begroting en die het INR rapporteert bij de interregionale eenheden omdat de verdeling ervan over de verschillende gemeenschappen en gewesten nog niet vast staat. Het departement FB wil echter de Vlaamse schuld niet onderschatten en rapporteert daarom een voorlopig cijfer volgens eigen berekeningen.

Publicatiedatum

19 november 2020

Volgende update

november 2021

Meer cijfers

Contact

Vorige versies