Huishoudinkomen

  • Huishoudinkomen gemiddeld op 2.317 euro per maand

    In 2019 lag het gemiddelde equivalente huishoudinkomen in het Vlaamse Gewest op 2.317 euro per maand. In 2006 ging het om 2.059 euro per maand. Dat is een stijging van ruim 12% tijdens de beschouwde periode of bijna 0,9% per jaar.

    Het gaat hier om het netto equivalente huishoudinkomen per maand, in reële termen. Dat wil zeggen dat rekening is gehouden met alle inkomens van alle leden van het huishouden, de aftrek van de directe belastingen en bijdragen voor de sociale zekerheid (netto), de verschillen in samenstelling en grootte van de huishoudens (equivalent) en de inflatie (reële termen). 

  • Meer personen in hogere inkomensgroepen in 2019 dan in 2006

    Algemeen gezien bevonden zich in 2019 meer personen in de hogere inkomensgroepen dan in 2006. Bijna 18% van de bevolking had in 2019 een huishoudinkomen van meer dan 3.000 euro per maand, tegenover 13% in 2006. Bij 5% bedroeg in 2019 het huishoudinkomen meer dan 4.000 euro per maand, in 2006 was dat iets meer dan 3%.  

    In 2019 lag bij 40% van de bevolking het netto equivalente huishoudinkomen lager dan 2.000 euro per maand, tegenover 53% in 2006.  

  • Veel lager huishoudinkomen bij 65-plussers

    Bij de bevolking van 0 tot 64 jaar steeg het netto equivalente huishoudinkomen met de leeftijd. Het lag in 2019 het hoogst bij de 50- tot 64-jarigen (2.614 euro) en het laagst bij de 0- tot 14-jarigen (2.246 euro). Het huishoudinkomen van de 65-plussers lag met 1.928 euro per maand nog lager.  

    Tegenover 2006 was de stijging bij de 65-plussers het grootst (+26%), bij de groep van 0 tot 14 jaar het kleinst (+7%). Maar het inkomen van de 65-plussers lag in de hele periode 2006-2019 veel lager dan bij de jongere leeftijdsgroepen.  

  • Hooggeschoolden hebben veel hoger huishoudinkomen

    Het netto equivalente huishoudinkomen van hooggeschoolden lag in 2019 gemiddeld op 2.796 euro per maand. Bij middengeschoolden ging het om 2.218 euro, bij laaggeschoolden om 1.782 euro. 

    In vergelijking met 2006 nam het huishoudinkomen bij laaggeschoolden en bij middengeschoolden toe met 11%, bij hooggeschoolden met 7%.

  • Lager huishoudinkomen bij personen met hinder door handicap of langdurig gezondheidsprobleem

    In 2019 bedroeg het netto equivalente huishoudinkomen van personen met hinder wegens een handicap of een langdurig gezondheidsprobleem gemiddeld 2.015 euro per maand. Bij de personen zonder hinder ging het om 2.462 euro. 

    Het huishoudinkomen is tussen 2006 en 2019 sterker gestegen bij personen met hinder (+17%) dan bij personen zonder hinder (+14%).  

  • Lager huishoudinkomen bij personen geboren buiten EU

    In 2019 lag het netto equivalente huishoudinkomen van personen die buiten de Europese Unie (EU) zijn geboren gemiddeld op 1.796 euro per maand. Bij de personen geboren in België ging het om 2.393 euro en bij personen geboren in een ander EU-land dan België om 2.119 euro. 

    Het huishoudinkomen van personen geboren buiten de EU steeg tussen 2006 en 2019 met 9%. Bij personen geboren in België was er een toename van 15% en bij personen geboren in de EU (buiten België) met 5%.  

  • Huishoudinkomen in Vlaams Gewest hoger dan in andere gewesten

    Het Vlaamse Gewest had in 2019 met gemiddeld 2.088 euro uitgedrukt in koopkrachtstandaard (KKS) een hoger huishoudinkomen dan het Waalse Gewest (1.843 euro KKS) en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (1.735 euro KKS). 

    Het gemiddelde huishoudinkomen in België lag in 2019 iets lager dan in Duitsland en Nederland. Er zijn zeer grote verschillen in het netto equivalente huishoudinkomen tussen de landen van de Europese Unie (EU). Luxemburg had in 2019 met gemiddeld 2.925 euro KKS per maand veruit het hoogste huishoudinkomen, gevolgd door Denemarken (2.182 euro KKS), Oostenrijk (2.152 euro KKS) en Duitsland (2.036 euro KKS). Roemenië (712 euro KKS) kende het laagste huishoudinkomen per maand, voorafgegaan door Hongarije (876 euro KKS) en Bulgarije (911 euro KKS).  

Bronnen

Statbel: EU-SILC-survey 
Eurostat: Database

Definities

Huishoudinkomen: het beschikbaar huishoudinkomen omvat alle inkomsten van de huishoudleden uit economische activiteit, uit vermogen, uit eigendom en uit sociale transfers (sociale zekerheids- en bijstandsuitkeringen).

Equivalent huishoudinkomen: om het mogelijk te maken het inkomen van huishoudens van verschillende grootte en samenstelling met elkaar te vergelijken, wordt het totale huishoudinkomen gestandaardiseerd. Dat gebeurt door het totale huishoudinkomen te delen door een equivalentiefactor. Het eerste lid van het huishouden krijgt een gewicht van 1. Voor elke bijkomende persoon van 14 jaar en ouder in het huishouden wordt die factor verhoogd met 0,5 en voor elk kind jonger dan 14 jaar met een factor 0,3. Vervolgens wordt aan elk lid van het gezin een gelijk deel van het huishoudinkomen toegewezen, met name het totale huishoudinkomen gedeeld door de equivalentiefactor.

Koopkrachtstandaard (KKS): door een monetaire grootheid in euro koopkrachtstandaard (KKS) uit te drukken is een correcte internationale vergelijking mogelijk. Er bestaan immers prijsverschillen voor dezelfde goederen en diensten tussen landen.

 

Publicatiedatum

26 november 2020

Volgende update

augustus 2021

Meer cijfers

Contact

Vorige versies