Huwelijken

  • Evenveel nieuwe huwelijken als nieuwe wettelijke samenwoningen

    In 2019 werden in het Vlaamse Gewest 24.483 huwelijken gesloten. Bij ruim 1 op de 3 van deze huwelijken ging dit gepaard met een  stopzetting van een wettelijke samenwoning. Sinds 2000 schommelt het jaarlijkse aantal huwelijken rond de 25.000.

    Het aantal nieuwe huwelijken benadert recent het aantal nieuwe registraties van wettelijke samenwoningen. Er zijn geen cijfers voorhanden over het aantal feitelijke samenwoningen van partners dat jaarlijks start. 

  • Bijna 2 op 3 huwelijken zijn eerste huwelijken

    Naargelang van de burgerlijke staat van de partners die in het huwelijk treden, gaat het voor elke partner om een eerste of een volgende huwelijk. 

    In 2019 waren bij bijna 2 op de 3 huwelijken de beide partners nooit eerder gehuwd. Bij bijna 1 op de 3 huwelijken had minstens één van de partners reeds een echtscheiding achter de rug. Weduwnaars en weduwes traden zelden opnieuw in het huwelijk.

  • Dalende huwelijkskans

    Enkel niet-gehuwden (ongehuwde, gescheiden en verweduwde personen) kunnen huwen. Het aantal huwelijken per 1.000 niet-gehuwde mannen/vrouwen van 18 tot 79 jaar geeft de huwelijkskans voor mannen/vrouwen aan. 

    In 2019 traden er per 1.000 niet-gehuwden van 18 tot 79 jaar 20 in het huwelijk. Niet-gehuwde mannen en vrouwen hadden eenzelfde huwelijkskans. De meesten huwden voor het eerst, sommigen traden voor een tweede of derde maal in het huwelijk.

    De voorbije jaren daalde de huwelijkskans. In 2000 traden er per 1.000 niet-gehuwde mannen van 18 tot 79 jaar 31 in het huwelijk. Per 1.000 niet-gehuwde vrouwen van die leeftijd waren dat er 30.

  • Gescheiden mannen hertrouwen vaker dan gescheiden vrouwen

    De huwelijkskans kan ook worden berekend per burgerlijke staat van de betrokkenen. Voor ongehuwden gaat het om de kans op een eerste huwelijk, voor gescheiden personen om de kans op een tweede of een volgende huwelijk. 

    In 2019 was de kans op een eerste huwelijk voor ongehuwden van 18 tot 79 jaar iets groter voor vrouwen dan voor mannen. Per 1.000 ongehuwde vrouwen huwden er 26, per 1.000 ongehuwde mannen huwden er 21. 

    De kans op een tweede of volgende huwelijk voor gescheiden personen van 18 tot 79 jaar was in 2019 groter voor mannen dan voor vrouwen. Per 1.000 gescheiden mannen traden er 23 opnieuw in het huwelijk, per 1.000 gescheiden vrouwen hertrouwden er 18.

  • Huwelijkskans groter in Limburg

    De kans om in het huwelijk te treden was in 2019 in het Vlaamse Gewest niet overal even groot. In sommige delen van de provincies Limburg en in het arrondissement Tielt kozen niet-gehuwden vaker voor een huwelijk dan in de rest van Vlaanderen.  

    De huwelijkskans varieerde van 16 personen die in een (eerste of volgende) huwelijk traden per 1.000 niet-gehuwden in het arrondissement Halle-Vilvoorde tot 24 per 1.000 in het arrondissement Maaseik. Een deel van deze verschillen hangt samen met de leeftijdsopbouw van de inwoners in elk arrondissement, een deel met de schommelingen in het jaarlijkse aantal huwelijken.

  • Huwelijkskans groter in Vlaams Gewest dan in andere gewesten

    In 2019 lag de kans op een huwelijk in het Vlaamse Gewest hoger dan in de andere gewesten. In het Waalse Gewest werd het minst voor een huwelijk gekozen: 14 personen per 1.000 niet-gehuwden (van 18 tot 79 jaar) traden er in het huwelijk. In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest ging het om 16 personen per 1.000 niet-gehuwden die huwden.

Bronnen

Statbel: Partnerschap

Publicatiedatum

10 november 2020

Volgende update

november 2021

Meer cijfers

Contact

Vorige versies