Investeringsinspanningen

  • Investeringsinspanningen Vlaamse overheid in 2019 bijna 5 miljard euro

    In 2019 bedroegen de investeringsinspanningen van de Vlaamse overheid overheid bijna 5 miljard , tegenover 3,8 miljard euro in 2010. Dat is een stijging in nominale termen van 30%.

    De investeringsinspanningen omvatten de investeringen in vaste activa en de investeringsbijdragen of -subsidies
    De investeringen in vaste activa hebben betrekking op materieel en immaterieel kapitaal, inclusief gronden. Ze worden weergegeven als een saldo van ontvangsten en uitgaven.

    De investeringen in vaste activa stegen van 2,5 miljard euro in 2010 tot ruim 3,9 miljard euro in 2019 (+57%). Hun aandeel in de totale investeringsinspanningen steeg van 65% in 2010 tot 79% in 2019.  

    De investeringsbijdragen of -subsidies (alleen uitgaven) daalden over de hele periode met 20%: van 1,3 miljard euro in 2010 tot ruim 1 miljard euro in 2019 (-20%). In 2013 was er een sterke stijging tot 1.560 miljoen euro. Tussen 2018 en 2019 was er weer een forse stijging met 114 miljoen euro.

  • Investeringsinspanningen Vlaamse gemeentebesturen bijna 1,9 miljard euro

    In 2019 bedroegen de gezamenlijke investeringsinspanningen van de gemeentebesturen (inclusief de Antwerpse districten) bijna 1,9 miljard euro. De investeringsinspanningen kenden grote schommelingen, met lage bedragen in 2004-2005 en in 2009-2010, tegenover hogere bedragen in de perioden 2006-2007, 2012-2013 en 2017-2019. Tussen 2004 en 2019 stegen de investeringsinspanningen van de gemeentebesturen in nominale termen met 161%. 

    De investeringen van de gemeentebesturen in materiële en immateriële vaste activa bedroegen in 2019 bijna 1,6 miljard euro. Ze vormen daarmee 84% van de totale investeringsinspanningen. Ze kenden tussen 2004 en 2019 een stijging van 166%. 

    De investeringsbijdragen of -subsidies van de gemeentebesturen omvatten alleen de uitgaven. In 2019 ging het om 290 miljoen euro. De investeringsbijdragen stegen tussen 2004 en 2019 met 135%.  

  • Grote verschillen in investeringsinspanningen bij andere lokale besturen

    Bij de andere lokale besturen naast de gemeentebesturen zijn er grote verschillen in de omvang en evolutie van hun investeringsinspanningen in de periode 2014-2019.  

    De investeringsinspanningen van de autonome gemeentebedrijven (AGB) bedroegen in 2019 ruim 238 miljoen euro. Dat is een stijging van 100% sinds 2014.  

    De investeringsinspanningen van de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW’s) daalden de afgelopen jaren van 317 miljoen euro in 2014 tot bijna 164 miljoen euro in 2019. Dat is een daling van 48%. Tegenover 2018 was er wel een stijging van bijna 32 miljoen euro.  

    De OCMW-verenigingen deden in 2019 voor ruim 84 miljoen euro investeringsinspanningen, tegenover bijna 68 miljoen euro in 2016 en 109 miljoen euro in 2018.  

    De investeringsinspanningen van de provinciebesturen stegen van 153 miljoen euro in 2014 tot 165 miljoen euro in 2015. Ze daalden tot 120 miljoen euro in 2016, stegen daarna tot 210 miljoen euro in 2018 en daalden weer tot bijna 200 miljoen euro in 2019.  

    De investeringsinspanningen van de autonome provinciebedrijven (APB) zijn zeer beperkt in vergelijking met de andere lokale besturen. Ze stegen van 3,4 miljoen euro in 2014 tot bijna 10 miljoen euro in 2018. Daarna daalden ze weer tot bijna 5 miljoen euro in 2019. 

  • Negatieve investeringsinspanningen in 9 gemeenten

    De investeringsinspanningen van de gemeentebesturen per inwoner variëren sterk tussen de gemeenten onderling. Er is geen duidelijk patroon te onderscheiden in de verschillen.  

    In 2019 hadden 9 gemeenten negatieve investeringsinspanningen, wat betekent dat de investeringsuitgaven kleiner zijn dan de investeringsontvangsten (hoofdzakelijk verkoop van gronden en gebouwen).  
    In 4 gemeenten waren er in 2019 negatieve investeringsinspanningen van minder dan -200 euro per inwoner: Puurs-Sint-Amands (-203 euro), Begijnendijk (-322 euro), Kontich (-406 euro) en Nieuwpoort (-928 euro). In de gemeenten Wortegem-Petegem, Voeren, Horebeke, Oosterzele en Brasschaat lagen de negatieve bedragen tussen -200 euro en 0 euro per inwoner.  

    In alle andere gemeenten waren er positieve bedragen: de investeringsuitgaven zijn groter dan de investeringsontvangsten.  
    In 135 gemeenten lagen de investeringsinspanningen in 2019 tussen 0 en 200 euro per inwoner, waaronder centrumstad Mechelen. De investeringsinspanningen lagen in 116 gemeenten tussen 200 en 400 euro (waaronder – in oplopende orde – centrumsteden Kortrijk, Roeselare, Sint-Niklaas, Genk, Turnhout, Aalst en Hasselt). Ze bedroegen 400 tot 600 euro per inwoner in 23 gemeenten (waaronder centrumsteden Leuven, Gent, Brugge, Oostende en Antwerpen). In 17 gemeenten ten slotte lagen de investeringsinspanningen hoger dan 600 euro per inwoner, tot 1.089 euro in Machelen en 1.228 euro in Diksmuide. 

Bronnen

Vlaamse overheid: 
•    Departement Financiën en Begroting (FB): Website
•    Instituut voor Nationale Rekeningen (INR): Website
•    Nationale Bank van België (NBB): Database overheidsfinanciën

Lokale overheden: 
•    Agentschap Binnenlands Bestuur (ABB): BBC BegrippenWebsite

Definities

Investeringsinspanningen van Vlaamse en lokale overheden: de som van 
-    investeringen in vaste materiële en immateriële activa, inclusief gronden,
-    investeringsbijdragen of -subsidies aan derden.
De bedragen hebben betrekking op de gerealiseerde transacties, niet op de geraamde cijfers uit de begroting en haar herzieningen. 
De gegevens over de investeringen in vast materieel en immaterieel actief betreffen het saldo van uitgaven en inkomsten. Voor de investeringsbijdragen of -subsidies gaat het alleen om de uitgaven. 
Het gaat telkens om bruto bedragen, dat wil zeggen zonder aftrek van afschrijvingen.

Nominale termen: bedragen uitgedrukt in prijzen van het betrokken jaar, niet gecorrigeerd voor de inflatie.

Publicatiedatum

19 november 2020

Volgende update

november 2021

Meer cijfers

Contact

Vorige versies