Verzurende emissie

  • Verzurende emissie tussen 1990 en 2018 gedaald met 71%

    Tussen 1990 en 2018 daalde de potentieel verzurende emissie in het Vlaamse Gewest van bijna 18.700 tot iets minder dan 5.500 miljoen zuurequivalenten. Dat komt overeen met een daling van 71%. Het gaat om de som van 3 emissietypes: zwaveldioxide (SO2), stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3). Die som wordt uitgedrukt in zuurequivalenten, waarbij het zuurvormende vermogen van elke stof in rekening wordt gebracht.

    De daling van de potentieel verzurende emissie tussen 1990 en 2018 is voor een groot deel te danken aan een aanzienlijke daling van de SO2-emissies (-89%). De NH3- en NOx-emissies daalden in deze periode met respectievelijk 56% en 59%.

  • Landbouw belangrijkste bron van verzurende emissie

    De landbouw was in 2018 veruit de belangrijkste bron van potentieel verzurende emissie (49%), gevolgd door transport (19%) en industrie (17%).

    De NH3-emissie leverde in 2018 de grootste bijdrage aan de totale verzurende emissie. Deze is voor het overgrote deel (95%) toe te schrijven aan de landbouw. De NH3-emissie daalde wel met 28% tussen 2000 en 2018. Dit gebeurde door bemestingsnormen, de afbouw van de veestapel, de lagere stikstofinhoud van het veevoeder, de emissiearme aanwending van dierlijke mest op akkers en weiden, de bouw van emissiearme stallen en de toenemende mestverwerking. Het laatste decennium stagneert de emissie. Een lichte toename van de veestapel en een hogere NH3-emissie door kunstmestgebruik zwakken het gunstig effect van emissiearme stallen en mestverwerking voor een stuk af.

    De NOx-emissie leverde de 2de grootste bijdrage aan de totale verzurende emissie in 2018. De uitstoot daalt elk jaar licht: in vergelijking met 2017 daalde de NOx-emissie in 2018 met 4%. De transportsector is verantwoordelijk voor de helft van deze emissie (49%).

    In 1990 had de SO2-emissie nog het grootste aandeel in de totale verzurende emissie. In 2018 was dit gedaald tot de kleinste bijdrage. De grootste daling deed zich voor tussen 1990 en 2010 en was in belangrijke mate te danken aan opeenvolgende EU-richtlijnen over de beperking van het zwavelgehalte in brandstoffen. De sectoren industrie en energie zijn de voornaamste SO2-emissiebronnen, met een aandeel van respectievelijk 52% en 33%.  

Bronnen

Vlaamse Milieumaatschappij (VMM): Milieurapport (MIRA) - Verzurende emissie

Definities

Potentieel verzurende emissiesom van de emissies van zwaveldioxide (SO2), stikstofoxiden (NOx, uitgedrukt als NO2) en ammoniak (NH3). Deze som wordt uitgedrukt in zuurequivalenten (Zeq), waarbij het zuurvormende vermogen van elke stof in rekening wordt gebracht. De term ‘potentieel’ verzurende emissie wordt gebruikt omdat de actuele verzuring ook sterk afhangt van de processen die zich afspelen op het traject tussen emissie en depositie en van de diverse processen in de bodem en het (oppervlakte)water.

Publicatiedatum

8 oktober 2020

Volgende update

oktober 2021

Meer cijfers

Contact

Vorige versies